Personeelsafvaardiging: waarom?

Wettelijk kader 

In Frankrijk en België treden personeelsafgevaardigden op als woordvoerder van de werknemers bij de werkgever met betrekking tot individuele of collectieve klachten over de lonen, de toepassing van het arbeidswetboek en andere wettelijke bepalingen, meer bepaald met betrekking tot de sociale zekerheid, maar ook aangaande de overeenkomsten en akkoorden die van toepassing zijn in de onderneming. 

Ze dragen bij tot de promotie van de gezondheid, veiligheid en arbeidsvoorwaarden in de onderneming, en voeren enquêtes over beroepsziekten of werkgerelateerde ziekten. 

Hun bevoegdheidsdomeinen omvatten werkgelegenheid en de werkorganisatie (waaronder beroepsopleiding), arbeidsvoorwaarden (zoals productietechnieken) en vergoeding, het privéleven en nieuwe technologieën, evenementen of beslissingen die een belangrijke impact kunnen hebben op de werkorganisatie of arbeidsvoorwaarden, en preventie en bescherming op het werk. De werknemers laten hen ook hun mening doorgeven wat betreft het beheer en de economische en financiële evolutie van de onderneming. 

Bovendien bieden ze informatie en advies in transnationale ondernemingen. 

http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=44473 

https://www.service-public.fr/particuliers/vosdroits/F34474 

http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=575 

 

Het is dus essentieel om deel te nemen aan de sociale verkiezingen en een bijdrage te leveren aan een coöperatieve sociale dialoog om samen de arbeidsvoorwaarden bij Smart te verbeteren en actie te ondernemen voor een hele reeks onderwerpen, zoals de gelijkheid van vrouwen en mannen op de werkvloer, handicaps, opleidingen, de evolutie van carrières en competenties, psychosociale risico’s, dagelijkse veiligheid, de impact van nieuwe technologieën enz. 

Waarom zou ik ook de autonome werkers vertegenwoordigen? 

Wanneer ik een prestatie uitvoer met Smart, onderteken ik een contract en word ik loontrekkende met Smart als mijn werkgever. Om de voorwaarden van een personeelsvertegenwoordiging bij Smart te verzamelen en de ondernemers te helpen om met velen samen autonoom te worden in plaats van naast elkaar te bestaan als zelfstandigen, is het nodig om beter na te denken over de verschillende ‘rollen’ die één persoon kan aannemenals loontrekkende, ondernemer, lid, coöperant, autonoom werker, zelfstandige. Die rollen en identiteiten bestaan immers naast elkaar, maar worden soms ook met elkaar geconfronteerd.  

Het is dus belangrijk om een – dynamisch – evenwicht te vinden om de wisselwerking tussen die verschillende rollen te doen evolueren naar autonoom werk met velen. Die evolutie kan in de hand gewerkt worden door iemand zelf, door diens collega’s of door loontrekkenden van de gemutualiseerde onderneming. Ze kan zelfs bewerkstelligd worden door een dialoog tussen de vertegenwoordigers van verschillende gelijkaardige coöperaties. Zo ontstaaer gemeenschappelijke situaties, oplossingen en gewoonten die dan weer de kloof overstijgen die ontstond door de beperkende, traditionele arbeidsverhoudingen. 

Door me in te zetten als personeelsafgevaardigde zet ik me ook actief in voor mijn eigen arbeidsvoorwaarden en die van anderen als autonoom werkers.  

Hoewel het economische aspect het belangrijkste is voor mijn activiteit – in die zin dat ik zelf mijn inkomsten moet genereren –, groeit mijn emancipatie ook door wat ik dagelijks beleef.  

Ook al organiseer ik mijn activiteit, mijn tijd en mijn werkmethodes zelf, het kader van mijn autonome activiteit wordt gecreëerd dankzij collectieve uitwisselingen en acties binnen Smart.  

Door binnen de vertegenwoordigingsorganen van het personeel te praten over de gemeenschappelijke problemen van veel werkers (tijd, inkomsten, veiligheid, preventie, bescherming, opleidingen, gelijkheid …), zullen we de middelen kunnen creëren om ons dagelijks leven te verbeteren. 

Van een sociale dialoog naar een coöperatieve sociale dialoog 

Dit onderdeel is tot stand gekomen in samenwerking met la Manufacture Coopérative, die actoren uit de coöperatieve wereld in contact brengt met onderzoekers met het oog op onderzoek-actie. 

Het wettelijke kader van de sociale dialoog is het resultaat van een industriële sociale geschiedenisgekenmerkt door de materiële dimensie van tewerkstelling, risico’s en ongevallen, en door het (ook fysieke) karakter van de confrontatie tussen arbeiders en bazen (meestal het leidinggevende kader). Bij die industriële dimensie komt nog een institutioneel aspect: de werking van de personeelsafvaardiging is wettelijk bepaald. Dat kader zal dienen als normatieve leidraad, of zelfs als maatstaf voor een beroep. 

De wettelijke regels, de sociale rollen zoals bepaald, maar ook een groot deel van de sociale afvaardiging (geschiedenis, opleiding, lijst van de afgevaardigden enz.) zoals we ze kennen (via vakbonden, adviesorganen enz.), creëren tegengestelde rollen. Zo moeten de loontrekkende afgevaardigden de directie in vraag stellen, rekeningen vragen, en eisen stellen. Al die rollen en acties van de personeelsafgevaardigden kunnen in tal van ondernemingen aan de kaak gesteld worden, omdat ze geconfronteerd worden met de door werkgeversorganisaties ingevoerde beperkingen, maar toch lijkt het interessant om te zien wat die bepalingen in de coöperatieve cultuur opleveren. 

De institutionele constructie van de personeelsafvaardiging is op twee vlakken nefast voor coöperaties, zeker wanneer ze autonome werkers samenbrengen: 

  • als coöperatie willen we de verdeeldheid immers niet bestendigen maar overstijgen, om zo te voldoen aan de uitdagingen van een coöperatief bestuur. 
  • als onderneming van autonoom werk leidt het tot tegenstrijdige instructies wanneer ze zich baseert op instellingen die het Fordistische loondienstprincipe volgen; dat is de inzet van autonoom werk in een collectieve, coöperatieve structuur, meer bepaald die van ondernemers-loontrekkenden. 

Het kader van de personeelsafvaardiging verdeelt, splitst en bepaalt tegenovergestelde rollen, terwijl het coöperatieve project net ruimte wil bieden voor coconstructie en overleg. Zo spreekt het impliciete kader van de personeelsafvaardiging de coöperatieve aanpak eigenlijk tegen, aangezien ze rollen oplegt zodra bijvoorbeeld de rekeningen bij de directie worden opgevraagd. 

De geschiedenis van de werkersmutualiteiten (mutuelles de travail) en coöperaties leert ons dat de regels wel eens geschonden moeten worden om innovatie en experimenten in de hand te werken. Het moet dus wel lukken om de beperking om te keren die rollen vastlegt, tegenstellingen creëert en de subordinatie benadrukt of creëert (meer bepaald voor autonome werkers).  

Een personeelsafvaardiging hoort niet gekenmerkt te zijn door tegenstelling en verdeeldheid. Daarom is het van essentieel belang dat ze vanuit een coöperatief oogpunt wordt benaderd om zo nieuwe ruimte voor dialoog te creëren. 

Het is dus de bedoeling om werk, arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden als essentieel voorwerp van uitwisseling en overleg neer te zetten, door te garanderen dat de afgevaardigden zich niet verliezen in irrelevante zaken, maar zich echt kunnen toeleggen op de onderwerpen eigen aan onze coöperatie.  

 

Economische en politieke emancipatie 

Dit onderdeel is tot stand gekomen in samenwerking met la Manufacture Coopérative, die actoren uit de coöperatieve wereld in contact brengt met onderzoekers met het oog op onderzoek-actie.  

Het doel van een coöperatieve sociale dialoog in een onderneming als de onze houdverband met een economische en een politieke emancipatie.  

Eind 19e eeuw stonden de beide concepten rechtlijnig tegenover elkaar. Dat leidde uiteindelijk tot verdeeldheid binnen de arbeidersbeweging en lag onder meer aan de basis van de afscheiding tussen de arbeidersbeweging en de coöperatieve beweging. Proudhon verkoos de economische emancipatie boven de politieke emancipatie en wilde dat op een coöperatieve manier bewerkstelligen. Hij benadrukte hoe belangrijk het was dat werkers in productievestigingen de handen in elkaar zouden slaan en verzette zich tegen de beweging die vooral op politieke emancipatie gericht was.  

Hoewel de emancipatie bij Marx ook collectief is, situeert ze zich niet in het dagelijkse productiewerk of de autonome organisatie van productie, maar in de politieke strijd, terwijl de emancipatie bij Proudhon en vervolgens in de coöperatieve beweging zich in het werk bevindt (natuurlijk verschilt de realiteit in het panorama van de coöperaties sterk van dat principiële standpunt).  

Het is wel nog altijd zo dat de breuklijn tussen het in de productie verankerde doel van zelfbestuur en het in de politieke beweging verankerde revolutionaire doel het politieke gedachtegoed nu al 150 jaar beheerst.   

 Het is vandaag vooral belangrijk om de politieke en de economische emancipatie te bekijken als twee concepten die met elkaar vervlochten zijn; niet in het minst omdat we deel uitmaken van organisaties die geconfronteerd worden met de uitholling van de traditionele loondienst. We weten wat het werk in loondienst heeft bijgedragen aan de maatschappij en welke veranderingen het teweeggebracht heeft. Nu moeten we bepalen hoe we samen een sterke politieke dimensie kunnen geven door het standpunt van Proudhon over de emancipatie van werkerscollectieven te volgen. Om een economische en politieke emancipatie te bereiken en te combineren, is het dus nodig om verschillende factoren te combineren die met elkaar in wisselwerking treden en de voorwaarden van het privéleven vormen om correct te kunnen werken. De economische stabiliteit om een goed leven te leiden, is in zekere zin een voorafgaande vereiste om zich te kunnen interesseren voor de coöperatieve cultuur en deel te nemen aan het coöperatief leven. En hoe meer dat laatste om het lijf heeft, hoe meer het mogelijk is om de verantwoordelijkheid van de leiding over een coöperatief project te verdelen. 

Door die onderwerpen als één geheel te beschouwengaan de economische en de politieke emancipatie elkaar uiteindelijk beïnvloedenDeze coöperatieve sociale dialoog wordt min of meer sterk belichaamd en gedragen door verschillende coöperatieve actoren, ongeacht of ze optreden als loontrekkende, ondernemer of vennoot en of ze actief zijn in begeleiding, productie, bemiddeling, vertegenwoordiging of wettelijke verantwoordelijkheid.