Het basisprincipe: de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen

De hoogte van de werkloosheidsuitkering verandert afhankelijk van hoelang je werkloos bent en zal in principe dalen . Deze geleidelijke daling gebeurt op twee niveaus: op het niveau van het loonplafond dat dient als basis voor de berekening van de uitkering, en op het niveau van het percentage dat gebruikt wordt voor deze berekening. Dit laatste is afhankelijk van je gezinssituatie, maar vanaf de tweede werkloosheidsfase (dus vanaf de 13de uitkeringsmaand) ook van je beroepsverleden.

De hoogte van de uitkering is afhankelijk van je gezinssituatie, van hoelang je werkloos bent en van je beroepsverleden.

In de volgende tabel vind je voor alle gezinssituaties een samenvatting van de opeenvolgende vergoedingsperiodes en hun invloed op de hoogte van je werkloosheidsuitkering:

CATEGORIE A Samenwonenden met slechts één inkomen (gezinslast) CATEGORIE N Alleenstaanden CATEGORIE B Samenwonenden (zonder personen ten laste)
1ste periode = 1ste jaar werkloosheid Fase 11 = 1ste drie maanden werkloosheid 65% (op 01/01/13)van het laatste ontvangen loon. Beperkt tot de hoogste loongrens C
Fase 12 = vierde tot zesde maand werkloosheid 60%van het laatste ontvangen loon. Beperkt tot de hoogste loongrens C
Fase 13 = zevende tot twaalfde maand werkloosheid 60%van het laatste ontvangen loon. Beperkt tot de intermediaire loongrens B
2de periode = vanaf de 13de maand werkloosheidDuur: tussen 2 en 36 maanden, afhankelijk van je beroepsverleden Fase 2A (vast) = 2 eerste maanden (13 en 14de maand werkloosheid) 60%van het laatste ontvangen salaris. Beperkt tot de basisloongrens A 55%van het laatste ontvangen salaris. Beperkt tot de specifieke loongrens AY 40%van het laatste ontvangen salaris. Beperkt tot de basisloongrens A
Fase 2B (variabel) = 2 maanden per carrièrejaar, beperkt tot maximaal 10 maanden
Indien meer dan 5 jaren loopbaan:Fase 21 = 6 maanden Vorige werkloosheidsuitkering 2B – 1/5 van het verschil tussen deze uitkering en het forfait
Fase 22 = 6 maanden Vorige werkloosheidsuitkering 21 – 1/5 van het verschil tussen deze uitkering en het forfait
Fase 23 = 6 maanden Vorige werkloosheidsuitkering 22 – 1/5 van het verschil tussen deze uitkering en het forfait
Fase 24 = 6 maanden Vorige werkloosheidsuitkering 23 – 1/5 van het verschil tussen deze uitkering en het forfait
3de uitkeringsperiode FORFAITDe looptijd van de werkloosheidsuitkeringen is onbeperkt zolang je geen werk hebt en voldoet aan de verplichtingen van de werklozen. FORFAIT 1112,54€ FORFAIT 934,44€ FORFAIT 493,74€ (648,18€ bevoorrechte samenw.)
  • De maandelijkse hogere loongrens C bedraagt 2466,59€ en blijft geldig gedurende de 6 eerste maanden van de eerste werkloosheidsperiode.
  • De maandelijkse intermediaire loongrens B bedraagt 2298,90€ en blijft geldig gedurende de 6 volgende maanden van de eerste werkloosheidsperiode.
  • De maandelijkse basisloongrens A bedraagt 2148,27€ en blijft geldig na de eerste werkloosheidsperiode.
  • De specifieke maandelijkse loongrens AY voor alleenstaanden bedraagt 2101,52€ en blijft geldig na de eerste werkloosheidsperiode.
    De maandelijkse minimumgrens bedraagt 1501,82€.